Provincie Utrecht


Deel 1: Getekende & geschilderde planten


Berthe hoola van Nooten

1817-1892

***

Uitvoering: november 2026 - januari 2027

Momenteel zomerstop en we starten weer in oktober 2026.

Houd de agenda in de gaten voor data en locaties en

meld je aan voor de nieuwsbrief.


Berthe Hoola van Nooten was een Utrechtse botanisch kunstenaar met een scherp oog voor kleur en vorm. In 1856 vertrok Berthe, op uitnodiging van haar broer, naar Batavia (het huidige Jakarta), waar zij onderwijs gaf aan kinderen in wat tot 1945 bekend stond als Nederlands-Indië.


Op verzoek van de directie van ’s Lands Plantentuin in Buitenzorg (nu Kebun Raya Bogor), ten zuiden van Batavia, kreeg zij in 1860 de opdracht om bloemen en planten te tekenen.


In die periode begon Hoola van Nooten aan de botanische illustraties die zouden uitmonden in haar beroemde werk Fleurs, Fruits et Feuillages Choisis de L’Île de Java, Peints d’après Nature, 1863.


Het paleis in Buitenzorg was destijds de residentie van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. In 1817 had het Nederlands-Indische gouvernement, direct naast de paleistuin, ’s Lands Plantentuin opgericht - een koloniale proeftuin. De eerste directeur, de botanicus Caspar Georg Carl Reinwardt, bracht er in vijf jaar tijd meer dan negenhonderd verschillende plantensoorten bijeen.


Met haar verfijnde observatievermogen wist Hoola van Nooten veertig exotische planten te vereeuwigen in levendige kleuren.


Boek:Fleurs, Fruits et Feuillages Choisis de L’Île de Java, Peints d’après Nature, 1863.

Met dank aan Wageningen University & Research (WUR)

HENDRIK ADRIAAN VAN REDE

TOT DRAKENSTEIN

1636 -1703

***


Uitvoering: Januari 2027 - oktober 2027

Uiterlijk eind september 2026 is duidelijk waar en wanneer we aan de

slag gaan met dit botanisch topstuk.

Telg uit een adellijke Utrechtse familie, dat in het bezit was van kasteel Drakensteijn in Lage Vuursche. Als bestuurder van de VOC aan de Malabarkust in Zuid-India werkte hij van 1678–1693 samen met de Indiase ayurvedische geneeskundige Itty Achudan en lokale tekenaars en geleerden aan de Garden of Malabar (Hortus Indicus Malabaricus) - een monumentaal werk waarin 740 plantensoorten worden beschreven en geïllustreerd, met hun ayurvedische en medische toepassingen.


Van Rheede maakte als VOC-bestuurder deel uit van een koloniaal systeem waarin slavernij vanzelfsprekend was; hij stelde regels op voor de behandeling van tot slaaf gemaakten, maar zette het systeem zelf niet ter discussie.


Het boek geldt als een vroeg en bijzonder voorbeeld van interculturele wetenschappelijke samenwerking, waarin Europese en Indiase kennis van planten elkaar aanvullen.


Boek: Hortus Indicus Malabaricus (Garden of Malabar) 1678–1693

Met dank aan Koninklijke Bibliotheek (KB) Den Haag.

CRISPIJN VAN DE

PASSE DE JONGE

1549 - 1670

***


Uitvoering: februari 2027 - maart 2027

Uiterlijk eind november 2026 is duidelijk waar en wanneer

we aan de slag gaan met dit botanisch topstuk.

Nederlandse graveur, tekenaar en prentuitgever die een groot deel van zijn leven doorbracht in Utrecht.


Hij leerde het vak van zijn vader, Crispijn van de Passe de Oude, een destijds vermaarde kunstenaar met een werkplaats in Utrecht.


Van de Passe maakte niet alleen portretten, maar ook gravures met Bijbelse en historische onderwerpen, evenals illustraties voor boeken.


In de eerste helft van de zeventiende eeuw waren stinzen, bol- en knolgewassen ongekend populair. In die tijd waren sneeuwklokjes, tulpen, hyacinten en andere bolgewassen gewilde verzamelobjecten voor de eigenaren van buitenplaatsen.


In die periode verscheen de Hortus Floridus, 1614  (Nederlandse editie: Den Blom-Hof), destijds een van de bekendste bloemenboeken van Europa die goed werd verkocht. Het werk bevat bijna 175 gravures van o.a. knol- en bolgewassen, die vaak met de hand werden ingekleurd door de eigenaar of een professionele kunstenaar.


Dit fraaie en invloedrijke boek kende groot succes en verscheen, naast de oorspronkelijke Latijnse editie, ook in Nederlandse, Franse en Engelse vertalingen.


Hoewel het boek een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandse cultuurgeschiedenis, is het bij het grote publiek nauwelijks bekend.


Boek: Hortus Floridus, 1614

Met dank aan: Universiteit Utrecht

AGNES (AGNETA)

BLOCK 1629 - 1704

***

Uitvoering: Uitvoering: december 2027

Bloemengodin van de lage landen aan de Vecht.


Het kweken van de eerste Europese ananas is niet haar enige verdienste en bijdrage aan de wetenschap. Ze claimde dat ze in één jaar tijd meer dan tweehonderd zaden tot rijpheid had gekweekt.


Ze was zo op de hoogte van de laatste wetenschappelijke botanische ontwikkelingen en bezat vakliteratuur in allerlei talen. Ze benaderde de botanie op een wetenschappelijke manier en liet haar eigen verzameling nauwkeurig documenteren. Zo’n twintig kunstenaars kregen de opdracht de door haar gekweekte planten en bloemen naar het leven vast te leggen in ongeveer 400 aquarellen.


Buitenplaats Vijverhof aan de Vecht bij Nieuwersluis (nu Flora Batava) was dan ook niet zo maar een samenraapsel van kunstenaars, maar een select gezelschap van ervaren botanische kunstenaars.


Onder de kunstenaars waren: Pieter Withoos, Alida Withoos, Maria Sybilla Merian, Pieter Holsteyn II, Johannes Bronkhorst, Herman Hengstenburgh, Herman Saftleven, Maria Monickx, Jan Monickx, Johanna Helena Herolts-Graff (dochter Maria Sybilla Merian), & Otto Marseus van Schrieck.


Agnes leverde o.a. een bijdrage aan de Monickx atlas.