HORTUS INDICUS MALABARICUS

1678 - 1703


Een bijzonder voorbeeld van interculturele wetenschappelijke samenwerking,

waarin Indiase en Europese kennis van planten elkaar aanvullen.



De Hortus Malabaricus (Garden of Malabar) is een monumentaal 17de-eeuws plantenboek dat de rijkdom van de Zuid-Indiase flora vastlegt. Twaalf delen vol verfijnde illustraties en beschrijvingen tonen de botanische en medicinale kennis van de Malabarkust.


Centraal in dit werk staat de bijdrage van Itty Achudan, een lokale arts en plantenkenner uit Kerala. Hij behoorde tot de Kollat-familie en de Ezhava-gemeenschap, waar kennis over geneeskrachtige planten al generaties lang werd verzameld, toegepast en doorgegeven. Achudan deelde deze kennis met de Nederlandse VOC-bestuurder Hendrik Adriaan van Reede tot Drakenstein, die het werk initieerde.


In samenwerking met andere lokale plantenkenners, Indiase artsen en geleerden, vertalers, kunstenaars en Europese medewerkers ontstond zo een bijzonder document waarin verschillende kennistradities samenkwamen. De Hortus Malabaricus laat daarmee niet alleen de plantenwereld van Malabar zien, maar ook hoe kennis van generatie op generatie én tussen culturen werd overgedragen.


Welke rol speelde lokale plantenkennis bij het ontdekken,

beschrijven en vastleggen van planten voor de Hortus Malabaricus?

- TIJDLIJN -


#1

Vóór de 17e eeuw

→ lokale plantenkennis in Kerala


Lang voordat de Hortus Malabaricus ontstond, bestond in Kerala uitgebreide kennis over planten, hun eigenschappen en medicinale toepassingen. Deze kennis werd binnen de Kollat-familie en de Ezhava-gemeenschap mondeling, door praktijkervaring én via palmbladmanuscripten doorgegeven. Verschillende medische tradities bestonden naast elkaar, waaronder Ayurveda en lokale geneeswijzen.




#2

1678–1693

  Hendrik Adriaan van Reede tot Drakenstein


Hendrik Adriaan van Reede tot Drakenstein (1636–1691) kwam uit een vooraanstaande Utrechtse familie die kasteel Drakensteyn bij Lage Vuursche bezat. Als bestuurder van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) vertrok hij naar Azië en werd hij onder meer commandeur van de Malabarkust, in het huidige Kerala in India.


Tijdens zijn verblijf raakte Van Reede geïnteresseerd in de uitzonderlijk rijke plantenwereld van Malabar. Hij nam het initiatief voor de Hortus Malabaricus: een monumentaal twaalfdelig werk waarin honderden planten uit de regio werden beschreven en afgebeeld.


Van Reede was zelf geen botanicus. Voor het verzamelen, herkennen, beschrijven en afbeelden van de planten bracht hij een groot netwerk van lokale plantenkenners, artsen, geleerden, vertalers, tekenaars en Europese medewerkers samen. Een van de belangrijkste lokale kennisdragers was Itty Achudan. 


De Hortus Malabaricus geldt daardoor als een vroeg en bijzonder voorbeeld van interculturele wetenschappelijke samenwerking, waarin Europese en Indiase kennis van planten samenkwamen en elkaar aanvulden.


Tegelijkertijd ontstond het werk binnen een koloniale werkelijkheid. Achter het botanisch erfgoed gaat een groter verhaal schuil over planten, wetenschap en samenwerking, maar ook over koloniale macht en de vraag van wie kennis is en wie daarvoor erkenning krijgt.



#3

Een netwerk van kennisdragers


De Hortus Malabaricus was het werk van vele mensen. Van Reede verzamelde de plantenkennis niet alleen, maar werkte samen met een bijzonder netwerk van Europese én Indiase kennisdragers.



Tot zijn medewerkers behoorden de karmelieter pater Mattheus de Santo Josepho, predikant Johannes Casearius en vertaler Emanuel Carneiro. Van grote betekenis waren daarnaast de drie Indiase geleerden/brahmanen Vinayaka Pandit, Ranga Bhatt en Appu Bhatt en de Malabaarse arts en plantenkenner Itty Achudan.


De drie geleerden brachten kennis in uit een oudere Indiase medische traditie en verwezen naar het Manhaningattnam, een tekst over planten en hun medicinale werking die nooit is teruggevonden. Opvallend is dat zij zelf vermelden dat ook tot slaaf gemaakte mensen met kennis van bomen, planten en kruiden hielpen bij het zoeken en verzamelen van de planten.


Bijzonder voor de 17de eeuw is dat verschillende van deze medewerkers in het eerste deel van de Hortus Malabaricus bij naam worden genoemd en hun verklaringen werden opgenomen. Zo maakt het boek zichtbaar dat achter Van Reede een veel groter netwerk van kennis schuilging.


In 2015 kregen Vinayaka Pandit, Ranga Bhatt en Appu Bhatt in Kochi een monument als ‘The Architects of Hortus Indicus Malabaricus’ – een hedendaagse erkenning van hun belangrijke bijdrage.










#4

17e eeuw → Itty Achudan, de Kollat-familie en andere lokale kennisdragers



Itty Achudan was een zeventiende-eeuwse arts en plantenkenner uit Kerala, aan de zuidwestkust van India. Hij speelde een belangrijke rol bij het ontstaan van de Hortus Malabaricus, het twaalfdelige botanische werk dat onder leiding van VOC-bestuurder Hendrik Adriaan van Reede tot Drakenstein werd samengesteld.


Achudan identificeerde planten en deelde kennis over hun namen, eigenschappen en medicinale toepassingen. Deze kennis kwam voort uit een lange geneeskundige traditie binnen zijn familie en de Ezhava-gemeenschap en was gebaseerd op overgeleverde kennis én ervaring met de planten van Malabar.


Bij het samenstellen van de Hortus Malabaricus ontmoette deze lokale geneeskunst andere kennistradities, waaronder de klassieke Ayurveda. Zo ontstond een bijzonder samenspel van lokale plantenkennis, geneeskunde en Europese botanische wetenschap.



#5

Van Malabar naar Utrecht


Na zijn terugkeer in de Republiek vestigde Hendrik Adriaan van Reede tot Drakenstein zich in Utrecht. Daar riep hij de hulp in van Johannes Munnicks (1652–1711), hoogleraar anatomie en botanie aan de Universiteit Utrecht. Munnicks werkte mee aan de voorbereiding en publicatie van delen 3, 4 en 5 van de Hortus Indicus Malabaricus.


Het twaalfdelige werk verscheen oorspronkelijk in het Latijn, waarbij de planten ook werden aangeduid met lokale namen en schriften. Later verscheen een Nederlandse vertaling onder de titel Malabaarse Kruydhof.

Zo maakte kennis die in Malabar was verzameld en door lokale kennisdragers was overgedragen een bijzondere reis: van Kerala naar Utrecht en de drukkerijen van de Republiek, en vandaar naar de Europese botanische wetenschap.


Die reis vond plaats binnen een koloniale context. Hoewel Van Reede met respect schreef over de kennis van Indiase geleerden, werd lokale botanische en medicinale kennis door het verzamelen, vertalen, classificeren en publiceren ook losgemaakt van haar oorspronkelijke culturele context en opgenomen in een Europese botanische kenniswereld.


De Hortus Malabaricus laat daarmee twee kanten van kennisuitwisseling zien: een uitzonderlijke interculturele samenwerking én de koloniale structuren waarbinnen kennis werd verzameld, toegeëigend en opnieuw geordend.










Hortus Malabaricus vandaag – India perspectief

Eeuwenlang werd de Hortus Malabaricus vooral verbonden met de naam van Hendrik Adriaan van Reede. In Kerala is de afgelopen decennia echter steeds meer aandacht ontstaan voor de mensen en lokale kennistradities waarop het werk is gebaseerd.


#6

K.S. Manilal / 1938 – 2025

– de Hortus opnieuw toegankelijk


Ruim drie eeuwen na het verschijnen van de Hortus Malabaricus gaf de Indiase botanicus K.S. Manilal (1938–2025) het werk een nieuw leven. Hij wijdde meer dan 35 jaar aan het onderzoeken, identificeren, vertalen en opnieuw duiden van de planten uit de twaalfdelige uitgave.


In 2003 verscheen onder zijn leiding de eerste volledige Engelse vertaling, voorzien van moderne botanische namen en annotaties. In 2008 volgde een vertaling in het Malayalam, de taal waarin veel van de oorspronkelijke plantennamen en lokale kennis waren aangeleverd.


Manilals werk maakte de Hortus Malabaricus opnieuw toegankelijk voor onderzoekers én voor mensen in Kerala. Tegelijkertijd bracht zijn onderzoek de belangrijke bijdrage van Itty Achudan en de lokale medische en botanische kennis van de Ezhava-gemeenschap opnieuw onder de aandacht.


De Engelse editie verscheen bij de University of Kerala in 2003; de Malayalam-editie volgde in 2008. Manilal werd voor zijn werk in Nederland onderscheiden als Officier in de Orde van Oranje-Nassau.




#7

Minakshi Menon

 – wie is eigenaar van kennis?



Wetenschapshistoricus Minakshi Menon , verbonden aan het Max Planck Institute,

onderzoekt de geschiedenis van de Hortus Malabaricus én het bijzondere tweede leven

dat het boek tegenwoordig in Kerala heeft.


Waar de Hortus Malabaricus lange tijd vooral werd gezien als een Europees botanisch meesterwerk dat onder leiding van Hendrik Adriaan van Reede tot stand kwam, laat Menon zien hoe het perspectief verschuift. In Kerala is steeds meer aandacht gekomen voor Itty Achudan, de Ezhava-gemeenschap en de lokale botanische en medische kennis die aan het boek ten grondslag ligt.


Daarmee stelt de Hortus Malabaricus ook een actuele vraag: van wie is kennis? Van degene die haar verzamelt en publiceert, of ook van de mensen en gemeenschappen die deze kennis generaties lang hebben ontwikkeld en doorgegeven?


De geschiedenis van de Hortus Malabaricus stopt daardoor niet in 1693. Ook vandaag wordt opnieuw betekenis gegeven aan het boek en aan de vraag wie in het verhaal zichtbaar wordt.









#8

De Ezhava gemeenschap

– erkenning van lokale plantenkennis



De hernieuwde belangstelling voor de Hortus Malabaricus heeft in Kerala ook geleid tot meer erkenning voor de Ezhava-gemeenschap, waartoe Itty Achudan behoorde.


Binnen deze gemeenschap bestond een lange traditie van geneeskundige en botanische kennis. Planten werden herkend en benoemd en kennis over hun medicinale werking werd binnen families en gemeenschappen van generatie op generatie doorgegeven.


In de Hortus Valley van de Malabar Botanical Garden in Kozhikode is die erkenning tegenwoordig letterlijk zichtbaar. Hier zijn honderden plantensoorten uit de Hortus Malabaricus opnieuw bij elkaar gebracht. Bij de toegang staat Itty Achudan centraal in een monumentale verbeelding van het oorspronkelijke frontispice van het boek.


Het perspectief is daarmee omgekeerd. Waar een Europees koloniaal boek eeuwenlang centraal stond, worden nu ook de mensen en gemeenschappen zichtbaar die de kennis over de planten bezaten en doorgaven. De Hortus Malabaricus wordt zo niet alleen gezien als botanisch erfgoed, maar ook als onderdeel van het culturele erfgoed van de Ezhava-gemeenschap.


Volgens Menon staan in de Hortus Valley 432 soorten uit de Hortus Malabaricus, elk met de Malayalam-naam, moderne botanische naam en informatie over medicinaal gebruik. Zij beschrijft de poort bovendien als een bewuste herinterpretatie van het oorspronkelijke frontispice: Itty Achudan staat nu in het midden.




#8

Dr. Sita Reddy

 – wie is eigenaar van kennis?



Wetenschapshistoricus Minakshi Menon , verbonden aan het Max Planck Institute,

onderzoekt de geschiedenis van de Hortus Malabaricus én het bijzondere tweede leven

dat het boek tegenwoordig in Kerala heeft.


Waar de Hortus Malabaricus lange tijd vooral werd gezien als een Europees botanisch meesterwerk dat onder leiding van Hendrik Adriaan van Reede tot stand kwam, laat Menon zien hoe het perspectief verschuift. In Kerala is steeds meer aandacht gekomen voor Itty Achudan, de Ezhava-gemeenschap en de lokale botanische en medische kennis die aan het boek ten grondslag ligt.


Daarmee stelt de Hortus Malabaricus ook een actuele vraag: van wie is kennis? Van degene die haar verzamelt en publiceert, of ook van de mensen en gemeenschappen die deze kennis generaties lang hebben ontwikkeld en doorgegeven?


De geschiedenis van de Hortus Malabaricus stopt daardoor niet in 1693. Ook vandaag wordt opnieuw betekenis gegeven aan het boek en aan de vraag wie in het verhaal zichtbaar wordt.









Hortus Malabaricus - wie brachten de planten in beeld ?

Door de reis van plant → tekening → kopergravure te volgen, zoeken we naar de mensen achter de beelden en brengen we ook hun bijdrage opnieuw in beeld.



#10

17de eeuw

→ Levende plant


De planten voor de Hortus Malabaricus werden in Kerala verzameld door Indiase en Europese plantkundigen en vormen het uitgangspunt voor de afbeeldingen.






#11

Ca. 1670–1690

→ Onderzoek naar de tekenaars in India


In Cochin worden de planten nauwkeurig naar het leven getekend. Van twee Europese tekenaars kennen we de namen: Antoni Jacobz Goetkint en Marcelis Splintjer.


Daarnaast werkten onbekend gebleven Indiase kunstenaars uit Malabar aan de afbeeldingen. Een groot deel van de originele tekeningen wordt tegenwoordig bewaard in de British Library.


Hedendaags onderzoek naar Indiase botanische kunst, onder anderen door Henry Noltie, draagt bij aan een bredere herwaardering van de vaak naamloos gebleven Indiase kunstenaars.




#12

1678–1693

→ Van Indiase tekening naar Nederlandse kopergravure



De tekeningen reisden vanuit Azië naar Nederland. In Amsterdam en Leiden werden ze door graveurs overgebracht op koperplaten en vervolgens afgedrukt in de twaalf delen van de Hortus Malabaricus.


Van twee graveurs kennen we de namen: Bastiaan Stoopendael en Gonsalez Appelman. De makers van de overige gravures zijn grotendeels onbekend.


Tijdens die vertaalslag veranderden de beelden soms. Details werden toegevoegd, weggelaten of gespiegeld. Zelfs menselijke figuren die in de oorspronkelijke tekeningen een duidelijk Zuid-Indiaas uiterlijk hadden, konden in de Nederlandse gravures een meer Europees uiterlijk krijgen.





#13

20ste–21ste eeuw

→ Herbarium


K.S. Manilal identificeert de historische planten opnieuw en koppelt de afbeeldingen aan moderne botanische soorten. Gedroogde exemplaren worden als wetenschappelijk referentiemateriaal bewaard in het Calicut University Herbarium.




#14

21ste eeuw

→ Levende collectie



In Kerala ontstonden verschillende initiatieven rond de planten van de Hortus Malabaricus. In de Malabar Botanical Garden in Kozhikode werd een Hortus Valley ingericht met honderden soorten uit het boek.


Daarnaast werd in Cheruthuruthy in het district Thrissur vanaf 2015 een speciale Hortus Malabaricus Botanical Garden ontwikkeld. De tuin beslaat 27 hectare en richt zich op het behoud, de vermeerdering en het onderzoek van planten uit de Hortus Malabaricus en andere planten van de Western Ghats.


In 2025 kreeg de tuin de naam Hortus Malabaricus Botanical Garden and Research Institute (HMBGRI). Vrijwel alle 742 planten uit het historische werk worden er opnieuw als levende planten bij elkaar gebracht.





Hortus Malabaricus - Hedendaagse verbeelding


#15


2026

Hedendaagse verbeelding


De Botanische Biografie brengt de planten uit de Hortus Malabaricus opnieuw in beeld. Net als toen ontstaat het werk door vele handen, maar nu tekenen we samen aan één hedendaagse verbeelding waarin iedere maker onderdeel is van het verhaal.


VERKENNEN
Hortus Malabaricus → Kerala → Itty Achudan → Kollat-familie → Ezhava → Ayurveda → tekenaars → koloniale context


VERBINDEN
historische platen → Community Art Sessies → vele handen → gezamenlijk auteurschap → Botanische Beeldbank


VERRIJKEN
digitalisering → monumentaal boek → projection mapping → immersieve beleving → reizende presentatie